Woordrapport – Stage 1

 

Woordrapport WPL 1                                             Zelfreflectie

 

Beoordelaar student Naam student Diederik van Stempvoort
Naam school CLV Locatie Veenendaal
Werkplekactiviteit WPL1 Evaluatie eindoordeel
Naam spd
  1. Aguilar / H. Otte
Datum 07-05-2014
Naam abs Naam abi

 

1         Interpersoonlijk competent

 

1.1           Effectief communiceren

1.2           Het scheppen van een veilig leer- en leefklimaat

Tijdens het lesgeven heb ik ervaren dat contact maken erg belangrijk, zo niet één van de belangrijkste zaken is van lesgeven. Het is mogelijk om enkel informatie over te dragen en geen echt contact te maken. Mijn ervaring is, wanneer een relatie met de klas zo is dat er geen sprake is van echt contact en enkel van kennisoverdracht dit het leerproces niet ten goede komt. Dit blijkt ook uit de 3 voorwaarden die [1]Brophy noemt voor goed lesgeven;

  1. uitgaan van een positief leer- en leefklimaat.
  2. passende instructiemethoden gebruiken.
  3. variëteit aan mogelijkheden hanteren om gedrag van leerlingen te beïnvloeden.

Maar het blijkt ook uit dit citaat;

“Differentiated instruction is supported by brain research suggesting that students learn best in settings characterized by emotional safety.” [2](Tomlinson & Kalbfleisch, 1998, p. 21)

En ook uit de drie basisbehoeften van leerlingen die Stevens[3] noemt:

  1. Relatie, leerlingen weten zich geaccepteerd, horen erbij.
  2. Competent, leerlingen ervaren dat ze iets kunnen.
  3. Autonomie, leerlingen weten dat ze hun leergedrag zelf kunnen aansturen.

Persoonlijk maak ik voortdurend mee dat zoals Brophy aangeeft, een positief leer- en leefklimaat essentieel is. De relatie en contact met leerlingen maakt deel uit van dat leefklimaat. Het komt bijvoorbeeld voor dat een kind bij herhaling laat blijken de les en jou als docent niet interessant te vinden. Je roept hem/haar een paar keer erbij maar hij/zij reageert afwijzend en blijft alles boeiend vinden behalve de les. Ik heb een aantal keer meegemaakt dat wanneer je even naar de leerling toeloopt, hurkt en een praatje maakt (en bijv. zegt; “goh, leuke nagellak oid”) er opeens een zonnetje doorbreekt. En opeens stelt de leerling vragen en gaat participeren. Mooi is dat!

Bouwen aan de relatie doe je door interesse te hebben in de persoon die voor je staat. Bijvoorbeeld vragen naar de mening van de leerling over bijvoorbeeld een les, maar ook gewoon; “hoe was je weekend”?. Uit gesprekken met leerlingen en hun gedrag kun je opmaken dat de lesstof niet direct voldoende motivatie oplevert om aan het werk te gaan. Een groot deel komt voort uit de relatie met jou als docent. Ik heb tijdens mijn stage laten zien dat ik dit beheers[4].

Er zijn verschillende manieren waarop ik tijdens mijn stage hieraan invulling heb gegeven.

  • Zo snel mogelijk namen uit mijn hoofd leren
  • Direct bij mijn eerste les heb ik mijzelf voorgesteld en wat persoonlijke zaken verteld
  • Ruimte geven voor vragen van leerlingen en ben daar serieus op ingegaan
  • Tijdens de lessen waarbij ik observeerde heb ik veel vragen gesteld aan de leerlingen, tijdens korte gesprekjes voor en na de les.
  • Tijdens pauzes heb ik gepraat met leerlingen
  • Tijdens mijn lessen heb ik bewust verschillende activiteiten gedaan, zodat leerlingen op verschillende manieren uitgedaagd werden.

Hierdoor toon je betrokkenheid en schep je een band. Dit helpt enorm heb ik gemerkt in het aanspreekbaar zijn van leerlingen. Daarnaast heb ik geleerd dat er vaak valide redenen zijn voor (probleem) gedrag[5]. Door eerst te onderzoeken en dan pas te reageren of te sanctioneren worden problemen snel opgelost en blijven ze klein.

1.3           Het effectief overbrengen van informatie

De manier om gesprekken hierover te initiëren heb ik geleerd tijdens mijn 1e stage. Veel praten met mijn begeleiding Antonio en Henk[6]. In deze gesprekken heb ik vaak gevraagd; “komt het over wat ik zeg”?

Tijdens de delen van lessen en de lessen die ik uitgevoerd heb ben ik door beide begeleiders uiteraard beoordeeld op spreken, articuleren, enthousiasme voor de klas, mimiek. Dit is nooit een werk punt geweest. Ik heb een duidelijke, krachtige stem en kan mijzelf zowel schriftelijk als fysiek prima uitdrukken[7]

Effectief communiceren is essentieel voor het vak van docent. Je moet natuurlijk wel je boodschap over kunnen brengen. Hoe beter de communicatie verloopt hoe minder misverstanden er zijn en vloeiende relaties verlopen. Ik vraag tijdens mijn les ook om bevestiging hiervan. ‘Snap je wat ik zeg? Kun je het volgen?” Daarnaast stel ik vaak controle vragen.

In het boek omgaan met je tiener[8] vond ik een mooie reminder. Gebruik open vragen die beginnen met; wie, wat, waar, waarom, wanneer en hoe. Zo geef je een leerling ruimte voor zijn verhaal zonder weerstand op te roepen door je eigen insteek. Dit helpt bij het effectief overbrengen van informatie doordat een leerling nu ook ontvankelijk zal zijn voor jouw verhaal. In gesprekken met leerlingen probeer ik dit zo te doen. Tijdens uitleg probeer ik te parkeren wat een leerling wil inbrengen.

In de opleiding wordt hier aandacht aan gegeven tijdens de lessen drama, deze heb ik goed afgesloten. Daarnaast kunt u uiteraard op de filmpjes zien hoe mijn verbale en non-verbale communicatie is. Naar mijn mening is dit 1 van mijn sterke kanten. Helaas is het zo dat wanneer de klas drukker wordt ik moeite heb met concentreren. Uitleggen als er gepraat wordt in de klas is voor mij bijna onmogelijk heb ik gemerkt.

Dit gaat zeker ten koste van mijn communicatie. Hakkelen en lispelend praten zijn het gevolg. Ook raak ik dan de draad van mijn verhaal kwijt. Dit is iets wat ik de komende jaren en stages wil blijven ontwikkelen.

1.4           Het onderhouden van een juiste gezagsrelatie

Tijdens mijn stage heb ik geleerd dat leerlingen anders communiceren dan volwassenen. Emoties kunnen soms hoog oplopen of er erg ongefilterd uitkomen. Pubers zijn bezig hun eigen gedrag te bepalen, eigen keuzes te maken. Ze hebben behoefte aan autonomie en zeggenschap. Hierbij zoeken ze soms grenzen op[9]. Wanneer er dan een grens bereikt is ontstaat er een conflict. Hiermee leren omgaan is een kunst. Ik communiceer effectief door tijdig en duidelijk mijn gedachten onder woorden te brengen.

Tijdens mijn stage heb ik bijvoorbeeld ervaren dat wanneer het druk is in de klas de neiging bij mij bestaat om boosheid en irritatie op te bouwen. Op een gegeven moment gebeurde het wel eens dat ik heel boos, heel hard door de klas schreeuwde. Dit levert dan een schrikreactie en onbegrip en ook wel eens woede op bij leerlingen. Door eerder te gaan praten tegen een klas en te vertellen waar we zitten op mijn escalatieladder wordt dit ondervangen.

Er wordt al vroeg veel gevraagd van leerlingen op het gebied van meningsvorming. Leerlingen moeten tegenwoordig vroeg kiezen voor bijvoorbeeld een studierichting. Verder is er vaak ook veel meer te kiezen dan vroeger. Dit vraagt ook een groei van pubers richting die autonomie en zeggenschap over hun eigen leven.

Belangrijk is dan om als docent daarop te anticiperen. Dit probeer ik te doen door open te staan voor ideeën van leerlingen. In de basis heb ik respect voor medemensen, dus je laat iemand uitpraten, respecteert zijn mening. In een klassituatie is dit soms anders. Ik vind dat soms moeilijk. Wanneer een leerling input wil leveren in een les gebeurt dit vaak op een manier die je niet wil. Bijvoorbeeld; een leerling schreeuwt wat door je uitleg. Het is best een uitdaging om zowel het denkproces te ondersteunen als de grenzen te bewaken. Tijdens mijn stage heb ik een goede aanzet gekregen in gezien hoe dit werkt in een les. Ik heb delen van lessen en volledige lessen uitgevoerd en zo ervaren dat dit moeilijk is, er is door me heen geschreeuwd, leerlingen zijn ongemotiveerd geweest en ik heb wat ervaring opgedaan met hoe je daarmee omgaat. Tijdens de komende jaren hoop ik dit goed onder de knie te krijgen.

Toen ik net begon met stagelopen ben ik uiteraard eerst achterin de klas gaan zitten. Leerlingen zijn dan erg genegen om een praatje te maken. Wanneer mogelijk heb ik dit vaak gedaan. Ingaan op hun vragen, naar ze luisteren en zelf ook veel vragen aan ze; wat vond je van de les? Wat vind je van deze docent? Wat vind je precies goed of slecht? Hieraan kunt u zien dat ik interesse, nieuwsgierigheid en enthousiasme heb. Op deze manier leer je in korte tijd enorm veel. Door nieuwsgierig te zijn is het ook makkelijker om een relatie op te bouwen. Voor en na de les heb je daar vaak even de tijd voor.

Naast de affectieve component in de relatie tussen leerkracht en leerling, waaraan ik werk door bovenstaande activiteiten is er ook gedrag regulerende component in de relatie volgens Van Lier, Hoeben & Van Lieshout[10] (1992). Hieraan werk ik door te leren kordaat en directief op te treden bij orde verstorende gedragingen.

Tijdens mijn lessen wil ik periodes van zelfstandig werken inbouwen. Hierdoor ben ik vrij om leerlingen individueel te helpen. Op deze momenten bevraag ik leerlingen over hun leren maar ook over hoe het in het algemeen gaat . Na elke toets controleer ik de cijfers en bespreek ik erg lage scores met leerlingen.

Het is, voor mij, wel even wennen geweest om de rol van leraar aan te nemen. Het is verleidelijk om, wanneer je werkt aan de relatie, te vriendelijk te zijn. De verhouding leerling – leraar is nieuw voor mij en heeft aspecten die ik nog niet echt kende. Of wel kende maar dan vanuit de andere kant. Om zelf aan de docent kant van de gezagsverhouding te zitten is nieuw. Een grote hulp is het boek van Peter Teitler waarin hij bijvoorbeeld aangeeft; Wees niet jezelf! Wees professioneel.[11]

Taalgebruik, kleding, uiterlijke verzorging zijn zaken waar ik op probeer te letten. Ook leer ik in mijn lessen op een kordate en duidelijke manier in te grijpen bij ordeverstoringen. Dit is een proces van vallen en opstaan.

Het CLV is een Christelijke school. Hier wordt onder andere invulling aan gegeven door een dagopening. De manier waarop ik dit uitvoerde was een authentieke, persoonlijke invulling. Hierin heb ik zeker durf en enthousiasme laten zien. Er is namelijk een standaard boekje ‘oase’, ik heb mijn bijbel gepakt en daaruit voorgelezen. Lesgeven is leuk. Het is moeilijk maar ook erg leuk. Doordat je te maken hebt met 30 persoonlijkheden die zich nog volop aan het ontwikkelen zijn is het ook erg uitdagend en boeiend.

Hierdoor wordt ik enthousiast, ik voel me door de interactie met de kinderen meer betrokken en durf dan ook meer. Dit heb ik heel expliciet gemerkt bij onderwijsleergesprekken. Je kunt bijna het moment benoemen waarop een klas met je meegaat een gesprek in. Dat is het moment dat je voorbij het vraag en antwoordspel gaat maar echt in gesprek bent. U kunt hier een voorbeeld van zien op de filmpjes van de Cals Business School.[12]

2        Pedagogisch competent

2.1        Waarden, normen en overtuigingen/opvattingen

In mijn contacten met leerlingen, mededocenten, ouders, schoolleiding ga ik uit van wederzijds respect. Ik luister naar de mening, visie, het verhaal van de ander, vraag door totdat ik denk te weten wat de ander bedoelt. Dit check ik door samen te vatten wat de ander zegt en vervolgens te vragen of mijn perceptie klopt.

 

2.2        Leren leren

Dit is bij mij nog erg in ontwikkeling. Een voorbeeld van wat ik echter al veel doe en waarbij ik merk dat het kinderen inderdaad erg stimuleert. Wanneer ik een klassikale vraag stel hamer ik erop dat er geen antwoord komt maar alleen de vinger omhoog. Wanneer ik dan iemand vraag antwoord te geven vervolgens zegt het niet te weten blijf ik altijd even dorvragen. “Ik denk dat je het wel weet, denk nog maar even na”. Wanneer je heel goed uitlegt aan kinderen dat dit belangrijk is omdat iedereen na mag denken en dat stopt bij een antwoord, snappen ze dat.

 

2.3        Verschillen tussen leerlingen

Verschillen tussen leerlingen zijn zichtbaar en ik weet dat je hier verschillend mee om moet gaan. Dit probeer ik zoveel mogelijk te doen. Het lukt echt niet altijd. Ik krijg hier een beeld van door de leerling dossiers te bekijken. Zo weet je welk kind bijvoorbeeld ADHD krijgt. Verder zie je de namen en huidskleur van kinderen. Daarnaast let ik goed op welke kinderen stil zijn en welke luidruchtiger. Daarnaast zijn de cijfers ook een goed meetinstrument voor verschillen. Ik probeer goed om te gaan met verschillen. Bij een stil kind ga ik bijvoorbeeld op mijn knie naast zijn/haar bureau zitten. We lezen samen de opgave en vragen stellend probeer ik het kind verder te helpen. Bij een drukker kind vraag ik de leerling bijvoorbeeld de som op het bord te doen. Of bevraag ik hem klassikaal.

 

Leerlingen zorgen soms voor ordeverstoringen. Het is niet zo dat zij automatisch stil zijn bijvoorbeeld wanneer je wil uitleggen.

 

Het is goed om te leren dat dit gedrag vaak voorkomt uit een context[13]. Op basis daarvan ontstaat een probleemvraag. Er is bijvoorbeeld een leerling die niet meedoet en vervolgens onrust veroorzaakt. Door de context te onderzoeken blijkt dat hij gewoon zaken niet zo snel begrijpt.

 

De probleemvraag is dan; ‘hoe zorg ik ervoor dat na de klassikale uitleg van een activiteit deze jongen de bedoeling ook begrijpt’?

 

Een antwoord kan zijn; na de uitleg even naar hem toelopen, checken en verduidelijken. Resultaat; de leerling doet wel mee en de onrust stopt. Wat een leerling vaak heel bedreven doet is goochelen met aandacht[14].

 

Bijvoorbeeld;

 

Tijdens de uitleg praat een leerling door mij heen.

Ik: Jan, wees eens stil

Jan: Waarom?

 

Jan manoeuvreert mij in de positie dat ik het probleem heb. Ik moet nu uitleggen waarom ik wil dat hij stil is, in plaats dat Jan een probleem heeft omdat hij praat. Dit gebeurt mij erg vaak. Pedagogisch competent houdt in dat je instaat bent om te gaan hiermee. Veel van mijn leerdoelen richten zich op deze competentie.

 

2.4        Zorgleerlingen

De mentor is de eerst aangewezen persoon in de zorgstructuur rond leerlingen[15]. Als vakdocent krijg ik vooral te maken met zorg wanneer ik zaken lees in de handelingsplannen. Dit doe ik regelmatig. Ik zorg dat ik op de hoogte ben van de verschillende leerlingen met autisme, ADHD, PDDNOS etc.. en hou rekening hiermee tijdens lessituaties. Dat doe ik voornamelijk door meer geduld en begrip te tonen. Ook geef ik bij deze kinderen aan dat ze even een time out mogen pakken op de gang. Ze hoeven dan enkel hun hand op te steken. Ik kom er daarna wel op terug bij ze. Dit wordt bijvoorbeeld in het handboek voor leraren[16] maar in meer literatuur aangegeven als hulpmiddel, hierdoor worden prikkels tijdelijk weggenomen.

Het bieden van meer structuur is een leerpunt, ik ben zelf nog teveel bezig met beslissingen nemen, overwegingen, om de rust te hebben. Die rust heb ik nodig om structuur te kunnen bieden.

 

Op het CLV is er uiteraard ook een leerlingbegeleider. Ik ben op de hoogte van haar taken en bevoegdheden. Ze geeft invulling aan de 2e lijnszorg. Naast de zorg-coördinator zijn er nog veel meer zaken die te maken hebben met zorg voor de leerling. In de bijlage; zorgkaart[17] vindt u de precieze stand van zaken. De kennis die ik hiervan heb is nog niet op ervaring gebaseerd.

 

 

3        Vakinhoudelijk vakdidactisch competent

3.1        Vakkennis

Voor het vak Economie gebruikten we op het CLV de methode Pincode. Ook op het Cals college gebruiken we deze methode. Ik liep stage op zowel TL als HAVO/VWO. De lesstof is makkelijk en snel je eigen te maken. Een punt is wel dat ook al zijn de begrippen niet moeilijk je wel de juiste manier van uitleggen moet hebben. Hier helpt een goede voorbereiding bij.

3.2        Voorbereiding

Tijdens mijn stage heb ik elke les voorbereid met gebruik van een eigen lesvoorbereidingsformulier. Inmiddels weet ik dat dit formulier te beperkt is, maar voor de 1e stage voldeed het. Voor een volgende stage wil ik een uitgebreider lesvoorbereidingsformulier om de verschillende onderdelen van de les verder uit te kunnen werken.

 

De lesstof voor TL is voor een gemiddelde HBO volwassene algemene kennis. De onderwerpen die voorbij komen zijn over het algemeen zaken die de meeste mensen in het dagelijks leven tegenkomen en beheersen. Door mijn achtergrond in de financiële wereld is dit geen enkel probleem gebleken.

 

Tijdens mijn stage maakte ik gebruik van de methode Pincode. Deze methode geeft een goede structuur voor het gehele jaar. Ik gebruik dit boek als basis voor bijna elke les. Mijn voorbereiding is nog niet zoals ik wil. Dit is een leerpunt. Voor de les probeer ik de paragraaf goed te lezen, vaak blijft het bij doorkijken, ik wil de sommen maken, vaak blijft het bij bekijken. Meestal gebruik ik een ondersteunende PowerPoint waarmee ik mijn uitleg doe.

 

Door mijn gebrekkige voorbereiding schiet de kwaliteit nog weleens tekort. Dit zien kinderen ook en is eigenlijk de basis van onrust in de klas. Volgens het boek psychologie van de adolescent[18], is het zo dat kinderen veel gericht zijn op kennis herhalen en ordenen. Pubers zijn meer gericht op het zelf bewerken en verrijken van informatie. Ik merk dat ik in mijn lessen hier nog weinig beroep op doe. Tijdens mijn lessen leer ik veelal begrippen aan leerlingen met het oog op onthouden en begrijpen. Dit doe ik door klassikale uitleg en gesprek. Een leerpunt is om deze kennis aan te bieden aan kinderen en ze er direct mee aan het werk te zetten. Bijvoorbeeld, schrijf een klein opstel over werkloosheid en gebruik de volgende begrippen.

 

3.3        Uitvoering

Tijdens de lessen vakdidactiek raken wij studenten goed vertrouwd met het directe instructiemodel[19], ook op het CLV is dit het gebruikte model voor een basis les. Dankzij dit model is het erg eenvoudig om de structuur van een les helder te krijgen en te houden. Zoals u bij 3.2 kon lezen is het in de praktijk wel gebleken dat het DI model een goed handvat biedt maar wel ook afhankelijk is van een uitgewerkte beschrijving van elke afzonderlijke activiteit. Mijn lessen probeer ik te laten aansluiten op de belevingswereld van de leerling. Om dit voor elkaar te krijgen zoek ik filmpjes die passend zijn, gebruik ik praktijkvoorbeelden die de leerlingen herkennen en check ik of het overkomt gesprek met de leerlingen.

 

 

 

Een standaard uitvoering van mijn les ziet er zo uit;

 

Wat doe ik DI model
1 Korte terugblik 1 Terugblik/ Aandacht richten/ Aansluiten bij kennis
1 Huiswerk doornemen 2 Presentatie nieuwe stof
2 Uitleg nieuwe stof met een PowerPoint 3 Check of begrippen overgekomen zijn
3 Check, is alles duidelijk 4 Instructie op zelfwerkzaamheid
5 Zelfstandig werken 5 Geleide of zelfstandige in-oefening
6 Filmpje 6 Afsluiten op kernbegrippen

 

Stap 3 kan op verschillende manieren gedaan worden. Meestal stel ik vragen na mijn uitleg. Probeer een gesprekje te creëren met voorbeelden, voor- en tegenargumenten. Maar je kunt ook een som opgeven die iedereen maakt en die samen bespreken.

 

Nu ik dit zo opschrijf besef ik mij dat ik stap 4 soms wel, soms niet doe. Ik herken dat dit vaak het effect heeft, dat er gewerkt wordt zoals ik niet wil.

 

3.4        Evaluatie leerdoelen

In het boek Samenwerkend leren[20] kunnen we vinden hoe je het proces van samenwerkend leren zou kunnen evalueren. In mijn ogen geldt dit ook voor het evalueren van gewoon leren. Genoemd wordt:

  • Formuleren van helder, waarneembaar gedrag en daar regelmatig feedback op geven
  • Leerlingen medeverantwoordelijk maken, doe het samen
  • Regelmatige evaluatie van het proces
  • Leg de relatie tussen het proces en het eindresultaat
  • Geef de ontwikkeling en vorderingen uitgebreider weer dan enkel met cijfers

Dit is iets wat nog in ontwikkeling is bij mij. Wat ik wel kan en al doe is het beoordelen van toetsen. Zelf leerdoelen formuleren en die noemen. Navragen of het resultaat behaald is, zijn de leerdoelen behaald door de leerlingen? Dit doe ik momenteel eigenlijk alleen door te toetsen, huiswerk te bespreken en vooral door het te vragen.

3.5        Observatie en ontwikkeling

Van mijn docenten heb ik alle ruimte gekregen om veel uit te proberen. Ook de school werkte hierin mee. Bij veel docenten heb ik geobserveerd, al snel veel (stukken van) lessen overgenomen en ik heb onder andere vrij snel toetsen nagekeken. Mijn stagebegeleiders waren hier erg blij mee.

 

Tijdens mijn stage heb ik niet alleen bij mijn begeleiders geobserveerd maar ook bij mijn broer (biologiedocent), Henk Trip (docent M&O) Gert van der Linden (docent economie VWO bovenbouw) en de sectie aardrijkskunde. Op basis van deze observaties heb ik gesproken met de betreffende docenten. Op basis van gesprekken met hen en met mijn stagebegeleiders ben ik voortdurend bezig met mijn lessen bijschaven. [21]

 

Door het observeren heb ik veel geleerd, bijvoorbeeld;

  • Maak kleine dingen groot dan blijven ze klein
  • Het is mogelijk om totaal andere stijlen van doceren te hebben en toch een goede les te geven

 

Daarnaast is er ook veel bij mij geobserveerd. Dit kunt u nalezen in de bijlage.[22]

4         Organisatorisch competent

4.1        Organiseren en plannen

Mijn eerste activiteit was het uitvoeren van een vergelijkend warenonderzoek[23]. Dit naar aanleiding van de Sintviering waarvoor we natuurlijk wel de juiste pepernoten moesten hebben. Hiervoor is het belangrijk om goed na te denken wat er nodig is, niets is zo vervelend als een goede lesactiviteit voorbereid hebben en vervolgens geconfronteerd worden met ontbrekende spullen. Tijdens mijn lesvoorbereidingen denk ik hier goed over na. Ik zorg dat ik zaken bijvoorbeeld zowel op USB stick heb als “in the cloud”.

 

Tijdens deze stage hoefde ik nog niet heel veel te plannen en te organiseren. Uiteraard heb ik wel een (vrij grove) planning gemaakt voor wat betreft activiteiten die ik zou doen. Daarnaast moesten er zaken als videocamera, lesmateriaal en voorbereiding georganiseerd worden. Dit is mij prima afgegaan.

Inmiddels werk/loop ik stage op het Cals college. Ik heb een agenda aangeschaft via www.agendavoorleraren.nl Deze agenda helpt mij enorm in het plannen. Na elke afgenomen toets plan ik de komende periode. Daarnaast check ik wekelijks goed mijn planning. Ook heb ik mij verdiept in de jaarplanning samen met het PTA.

 

5         Competent in het samenwerken met collega’s

5.1        Werkverhouding

Uit mijzelf ben ik op Henk en Antonio afgestapt om bij hen stage te mogen lopen. Ik kende ze al via mijn broer die op dezelfde school lesgeeft. Na mijn mail hebben we een gesprek gehad en mocht ik beginnen. Uiteraard ben ik voorgesteld aan collega’s. Ik ben vaak op mensen afgestapt met de vraag om te mogen observeren in hun klas.

Daarnaast heb ik elke week van mijn stage goed gepland en met mijn begeleiders besproken wat ik de week daarna zou doen. Zo maakten we afspraken over welke activiteiten ik zou doen in welke klas, op welk tijdstip. Uiteraard werd ik ook aangesproken op zaken die niet goed gingen. Het is bijvoorbeeld wel eens gebeurt dat ik een extra les over zou nemen op een andere dag dan normaal en dat ik dat vergeten ben. Of dingen die handiger zijn om anders te doen. Bijvoorbeeld qua taalgebruik of houding naar de leerlingen. Ik had de neiging om boos te worden met een glimlach om mijn mond. Ik stel me dan onderzoekend op. Ik stel vragen aan de ander. Wat bedoelt hij precies? Hoe kan ik hier zoveel mogelijk van leren. Waarom is die glimlach dan zo verkeerd? Hou komt dat over op leerlingen? Zo hou ik me aan afspraken en ben ik aanspreekbaar op gedrag.

5.2          Schoolorganisatie

Als nieuwe docent wordt je intensief begeleid. Je moet namelijk snel kunnen omgaan met niet alleen lesgeven maar ook ouderavonden, handelingsplannen, magister etc. Mijn professionele werkhouding en respectvolle omgang met mijn omgeving laat ik eigenlijk elke dag zien. Elke dag bekijk ik magister en lees ik mijzelf bij voor wat betreft handelingsplannen, logboek met informatie over leerlingen etc. Deze informatie is essentieel in de samenwerking. Voor vergaderingen bereid ik mijzelf goed voor door de stukken door te nemen en te printen. Tijdens mijn eerste stage werd er vooral een beroep gedaan op mijn houding naar collega’s, niet zozeer naar praktische invulling.

 

Naast de school binnen het klaslokaal is de school een veel grotere gemeenschap. Er zijn vieringen, sportevenementen, musicals en ga zo maar door. Volgens sommigen (Wit, de, Slot, & Aken, van, 2004) is het zo dat invloed van vrienden en vriendengroepen zelfs groter is op het kind dan ouders. Hieruit volgt dat het heel belangrijk is om te weten met wie je leerlingen omgaan buiten de les.

 

Ik heb meegeholpen bij de kerstviering tijdens mijn stage, dat was erg leuk. Je merkt dat wanneer je buiten het klaslokaal ook contact hebt met je leerlingen dat bevorderlijk is voor het klimaat in de klas. Dit zou ik zeker vaker doen.

 

5.3        Plaats in het team

Graag haal ik een citaat aan uit de boordeling van mijn begeleider, Henk Otte[24];

 

“Diederik is competent in het samenwerken met collega’s. Communiceert open en constructief met stagebegeleider maar legt ook gemakkelijk contacten in “docentenkamer”, gaat mee naar een studiedag, trakteert op taart bij vertrek …Is geïnteresseerd in zijn omgeving en wisselt ervaringen en informatie uit.

Geen verbeterpunten!”

 

6         Competent in het samenwerken met de omgeving

6.1        Professioneel (doelmatig) contact: plannen, weten en doen

De omgeving van een leerling bestaat uit de klas maar breder ook uit de school, onderwijsondersteunend personeel, zijn/haar ouders, zorgbegeleiders etc. Als docent heb je hier contact mee. Op dit moment is het contact voornamelijk zo dat deze personen contact met mij zoeken bij vragen. Het lukt goed om hier professioneel mee om te gaan.

Inmiddels heb ik 3 ouderavonden meegemaakt en het lukt prima om op een goede manier met ouders om te gaan. Dit merk ik doordat er na elk gesprek een stemming is die duidt op overeenstemming en eensgezindheid. Ouders hebben het belang van hun kind voorop en dat heb ik ook.

 

Ook verdiep ik mijzelf in zaken als de zorgkaart en andere omgevingsfactoren.

 

De omgeving bestaat ook uit de informatiesystemen zoals magister. Ik heb hier uitleg in gehad en werk ermee. Ik gebruik magister voor het plannen van huiswerk, toetsen, nalezen van logboek mutaties, maar ook voor mijn eigen rooster.

 

Er zijn verschillende manieren waarop de school informeert en registreert. Ik heb mijzelf aangeleerd om elke ochtend snel mijn mail te checken, het actuele rooster te bekijken, later komt magister en elke avond bekijk ik mijn agenda voor de planning.

 

 

 

7         Competent in reflectie en ontwikkeling

7.1        Onderzoekende houding

Op 1 oktober 2013 raakte ik mijn baan kwijt. Leraar worden was iets wat eigenlijk altijd al in mijn hoofd zat. Mijn vader, moeder en broer werken in het onderwijs en zelf had ik dat plan in het verleden ook. Mijn idee was om dit in de toekomst (zo rond mijn 40e) te gaan doen. Het jaar voordat ik mijn baan kwijtraakte heb ik veel nagedacht over mijn carrière en in september ben ik begonnen met de opleiding. Toen ik vervolgens in oktober mijn baan kwijtraakte was mijn hoogste prioriteit te weten komen of ik echt leraar wilde worden. Uiteraard wilde ik ook weten of het zou kunnen.

Ik heb actie ondernomen tijdens mijn stage en bij mijn begeleiders aangegeven dat ik zoveel mogelijk wilde doen en ervaren. Hierdoor stond ik erg snel voor de klas. Hiermee wil ik mijn bewustzijn aantonen van het feit dat het antwoord op de vraag; “wil ik leraar worden” voor mij zeer relevant was. Het kon natuurlijk zo zijn dat ik volledig ongeschikt was als leraar. Dan had ik hier snel op moeten reageren en een andere baan moeten zoeken. Dit geeft aan dat de noodzaak tot zelfreflectie voor mij zeer groot was. Om te onderzoeken of ik leraar kon zijn heb ik bijvoorbeeld zelf een enquête gemaakt en afgenomen bij de leerlingen.[25]

 

7.2        Oordeelsvorming

Aan oordeelsvorming heb ik nog niet heel veel gedaan. In eerste instantie heb ik mij voornamelijk gericht op kijken, luisteren, leren. Mijn oordeel heb ik enkel naar Henk laten horen over zijn lesmateriaal. Hij was hier erg benieuwd naar en wilde met de feedback zijn lesmateriaal verbeteren en aanpassen.

 

7.3        Persoonlijke leerdoelen

Er is voortdurend sprake van reflectie en ontwikkeling in mijn proces om docent te worden. Voornamelijk door veel met anderen te praten. Door te lezen over lesgeven en door gewoon doen. Voor elke les en elk onderdeel wat ik lesgeef maak ik leerdoelen, voor mijzelf en voor de klas. Deze bespreek ik vervolgens met mijn stagebegeleiders.

 

Op dit moment geef ik nog steeds met veel plezier les op het Cals College in IJsselstein. Inmiddels meer dan een jaar verder. Door de verkenning en oriëntatie tijdens mijn stage heb ik deze keuze gemaakt en daar ben ik erg blij mee.

 

Na mijn stage begon ik met lesgeven in februari, halverwege het jaar. Dat is volgens mededocenten een moeilijk moment. Mijn beginperiode was lastig, ik moest heel veel heel snel leren. Mijn leerlingen trokken alles uit de kast om mij ‘uit te proberen’. Hierover heb ik heel veel gepraat met medestudenten, begeleiding, collega’s. Ook heb ik vaak op eigen initiatief geobserveerd. Dit toont aan dat ik niet enkel persoonlijk competent ben op het gebied van theoretische kennis betreffende pedagogische vraagstukken maar dit ook onder woorden kan brengen. Ook kan observeren, vertalen naar de probleemvraag die ik heb en zelf (of in een gesprek met begeleiding) vervolgens een concrete aanpak kan destilleren om te gebruiken in mijn lessen.

Leerdoelen waren:

  • In mijn lessen wil ik een veilige situatie creëren waarin ambitie en drive toch overeind blijven.
  • Ik wil gestructureerde lessen geven
  • Ik wil luisteren naar feedback en deze bewust meenemen in volgende lessen.
  • Geleerde theorie vanuit het vak didactiek wil ik bewust toepassen in mijn lessen
  • Ik wil mijn uitleg gestructureerd doen, dus inleiding, kern, check
  • Ik wil duidelijk articuleren.

 

 

 

Nieuwe leerdoelen:

Pedagogisch competent

  • Ik wil leren de regie te houden over de klas door consequent te benoemen wat ik niet wil zien of horen.
  • Ik wil kordaat optreden, daarmee duidelijkheid scheppen, dit wil ik doen door onder andere NIET in discussie te treden.
  • ik wil leren om het overzicht te bewaren op klassikaal niveau. Dus goed in de gaten hebben wat er klassikaal gebeurt.

 (Vak)didactische competent

  • Ik wil de les structuur van de les kunnen bewaken. Dus een goed begin, vlotte overgangen en een nette afsluiting. Waarbij aandacht is voor de leerdoelen vooraf en een check op het behalen ervan na de les.
  • Ik wil leren de les op een goede manier te openen, helder, duidelijk, maar ook flexibel, bijvoorbeeld niet direct te gaan zeuren maar gewoon stilte eisen.
  • Ik wil leren om verschillende didactische instrumenten zoals samenwerkend leren, op een manier in te zetten dat de leerling weet wat er van hem/haar verwacht wordt.

Interpersoonlijk competent

  • Ik wil kinderen positief benaderen bij zaken die ik wil zien en niet enkel benoemen wat ik niet wil zien.
  • Ik wil graag non verbaal duidelijk kunnen maken aan de klas wat ik wil.

 

 

 

8         Bibliografie

Brophy, J. (2003). Teaching problem students. New York.

Ebbens, S., & Ettekoven, S. (2005). Samenwerkend leren. Noordhoff: Groningen.

Ebbens, S., & Ettekoven, S. (2009). Effectief leren. Groningen: Noordhoff.

Geerts, W., & Kralingen, van, R. (2011). Handboek voor leraren. Bussum: Coutinho.

Keijsers, L. (2013). Waarom tieners zo irritant kunnen zijn en hoe je daar als ouder mee kunt leren leven. Houten: Lannoo Campus.

Lier, van, P., Hoeben, S., & Lieshout, van, C. (1992). Sociaal-emotionele ontwikkeling en de vertrouwensrelatie. Den Bosch: KPC.

Mann, S. (2010). Omgaan met je tiener. Aartselaar: Deltas.

Stevens, L. (2004). Zin in school. Amersfoort.

Teitler, P. (2004). Leren in veiligheid. Utrecht: Agiel.

Teitler, P. (2011). Lessen op orde. Bussum.

Tomlinson, C., & Kalbfleisch, M. (1998). Teach me, teach my brain. A call for differential instruction. Educational leadership.

Wit, de, J., Slot, W., & Aken, van, M. (2004). Psychologie van de adolescentie. Baarn: HB uitgevers.

 

 

 

 

[1] (Brophy, 2003)

[2] (Tomlinson & Kalbfleisch, 1998)

[3] (Stevens, 2004)

[4] Zie bijlage; leerling enquête blz. 15/16

[5] (Teitler, Lessen op orde, 2011)

[6] zie bijlage; beoordeling Henk Otte, blz 41

[7] zie bijlage; filmpjes, filmpje 1, blz 14

[8] (Mann, 2010)

[9]  (Keijsers, 2013) p.71

[10] (Lier, van, Hoeben, & Lieshout, van, 1992)

[11] (Teitler, Lessen op orde, 2011) p.29

[12] Zie bijlage; filmpjes

[13] (Teitler, Lessen op orde, 2011)

[14] (Teitler, Leren in veiligheid, 2004)

[15] (Geerts & Kralingen, van, 2011) p.252

[16] (Geerts & Kralingen, van, 2011)

[17] Zie bijlage; zorgkaart

[18] (Wit, de, Slot, & Aken, van, 2004) p. 56

[19] (Ebbens & Ettekoven, Effectief leren, 2009)

 

[20] (Ebbens & Ettekoven, Samenwerkend leren, 2005)

[21] Zie ook bijlage; beoordelingsformulier Henk

[22] Zie bijlage feedbacklessen

[23] Zie bijlage vergelijkend warenonderzoek

[24] Zie bijlage; Beoordelingsformulier Henk Otte

[25] Zie bijlage leerling enquête

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.