Leerarrangement

Inleiding

Voor het vak vakdidactiek hebben wij ons bezig gehouden met een aantal onderwerpen die samenkomen in het stuk wat voor u ligt. Het stuk heeft betrekking op het ontwerpen van een leerarrangement, een inductief leerarrangement. Dit houdt in dat het leerarrangement gezet moet zijn in een bepaalde context.

De onderwerpen die samenkomen in het leerarrangement zijn de volgende;

  • directe instructie
  • didactische analyse
  • taxonomy tabel
  • inductief startmoment
  • constructive alignment
  • mindmapping of conceptmapping

Al deze onderwerpen zijn naar voren gekomen in de lessen vakdidactiek. Samen vormen ze de theoretische achtergrond van het leerarrangement. Ik wens u veel plezier met het lezen van dit verslag.

Diederik van Stempvoort

 

  1. Inhoudsopgave
  2. Leerlingen materiaal.
  3. Theorie
  4. Inductieve startmoment of context.
  5. Docentenhandleiding
  6. Thema
  7. Model van directe instructie
  8. De toetsing
  9. Verantwoording
  10. Taxonomy Table
  11. Constructive alignment
  12. Sterkte/ Zwakte analyse mbt ontwerpen van materiaal
  13. Referentielijst
  14. Bijlagen
  15. Bordschema
  16. Les voorbereidingsformulier
  17. Taxonomy tables

 

Leerlingen materiaal

 

Welkom vandaag in deze les. Jullie hebben vandaag je boek niet nodig enkel pen en papier. Pak dat allemaal maar en haal de rest van je spullen van tafel.

Theorie

De les begint met een klein stukje theorie. Daarna gaan we over op het spelen van een spel.

Eerst leg ik wat uit over risicobeheer. Namelijk, een bedrijf, maar ook een persoon, loopt risico’s. Bijvoorbeeld dat je een Iphone van een vriendje laat vallen. Kost toch al snel € 600,- en niet iedereen heeft dat zomaar. Risico’s bestaan en ermee omgaan noemen we met een duur woord risicobeheer. Risicobeheer bestaat uit 3 stappen, namelijk;

  • Risicoinventarisatie, welke risico’s lopen we?
  • Risicoanalyse, wat is de omvang van het risco?
  • Risicoreductie, is onder te verdelen in;
  1. vermijden,
  2. beheersen,
  3. overdracht

 Het overdragen van risico gaan we verder uitdiepen door het spelen van een spel.

 

Inductieve startmoment of context

Wanneer we werken vanuit het model van directie instructie is het belangrijk om aan te sluiten bij de belevingswereld van leerlingen (Ebbens, Ettekoven & van Rooijen, 1996). Dit doen we in deze les door het spelen van een spel. Boeren en veehouders staan misschien wat verder weg van de hedendaagse leerling. Echter in de uitleg wordt aangegeven dat dezelfde werking globaal werkt bij elk bedrijf.

De klas wordt ingedeeld in akkerbouwers, veehouders en een verzekeringsmaatschappij. De verzekeringsmaatschappij heeft een aantal medewerkers die zorgdragen voor het innen van de premie, het uitreiken van de polis en tegelijkertijd de rol van schade-expert vervullen.

  •  Iedere boer krijgt een boerderij, een traktor en zaaigoed/ melkvee (7 stuks).
  • De verzekeringsmaatschappij krijgt kapitaal.
  • Er zijn een viertal calamiteiten; een gewasziekte, gekke koeienziekte, materiaalpech en storm.
  • Prijs van een boerderij is 10.
  • Prijs van een traktor is 5.
  • Prijs van nieuw zaaigoed/ fokvee is 3.
  • De verzekeringspremie is 1,2,3 stuks.
  • De opbrengst is een verdubbeling bij een goede oogst, niets bij een slechte oogst.
  • Startkapitaal is 7 stuks.

 

We spelen 4 rondes, er kunnen verschillende zaken gebeuren. Een calamiteit, een goede oogst of een slechte oogst. Voor elke ronde geeft elke leerling aan wat hij wil verzekeren en wat hij wil zaaien of inzetten als melkkoeien. De medewerkers van de maatschappij halen de premies op en delen de polissen uit.

 

  • Tijdens de ronde wordt uit een ton willekeurig een gebeurtenis getrokken, een calamiteit of een oogst.
  • Na een calamiteit gaan de medewerkers rond om te kijken bij de verzekerden. Ze maken een schaderapport op en keren de schadeuitkering uit. In het geval van een oogst delen ze de opbrengst uit.
  • We spelen 4 rondes, wie aan het einde de meeste stuks heeft, is de winnaar.
  • Na het spel is er ruimte voor een aantal vragen, vervolgens vertel ik een stukje theorie.

 

Uitleg theorie

Verzekeren is een onderdeel van riscicobeheer. Ook wel genoemd risk management. Zie ook studiemateriaal van het NIBE-SVV, (NIBE-SVV, 2011).

 Zoals we hebben gezien kun je je bij een verzekeraar verzekeren tegen calamiteiten. Niet alleen bedrijven kunnen dat, zoals in het spel, maar ook particulieren. Hiervoor betalen we een verzekeringspremie, je krijgt te maken met een polis, polisvoorwaarden, eigen risico, schadeuitkeringen etc etc. Er zijn tal van soorten verzekeringen met elk hun eigen eigenschappen. Kunnen jullie nog een aantal verschillende verzekeringen noemen?

Daarnaast zijn vaak de premies en wat er precies verzekerd wordt ook totaal verschillend bij elke aanbieder. In Nederland zijn alleen de motorrijtuigen verzekering en de zorgverzekering verplicht. Wie weet nog een verzekering waarvan vaak gedacht wordt dat die verplicht is?

De AVP (Aansprakelijkheids Verzekering voor Particulieren), want als jij iemand anders wat aandoet waardoor die een grote schade lijdt, die je niet zelf kunt betalen, is dat moreel gezien niet juist. Als verantwoordelijk burger in deze samenleving moet je je dus daarvoor verzekeren. Wat vinden jullie hiervan?

Na deze uitleg gaan we over tot het maken van een mindmap, zie hiervoor de docentenhandleiding.

 

Afsluiting van de les

Vandaag zijn er begrippen voorbij gekomen. Ook hebben we gekeken naar de manier waarop verzekeren werkt. Jullie weten nu dat sommige verzekeringen essentieel zijn, andere minder. Jullie weten dat dit een onderdeel is van risicobeheer.

Verzekeren is daar onderdeel van, maar er zijn ook andere mogelijkheden.

Ik hoop dat jullie de les leuk vonden en veel geleerd hebben. Voor volgende week moeten staat het huiswerk op het rechterbord.

 

Tot ziens en een fijne dag verder.

Docentenhandleiding

 

Thema

Het Nederlandse bank- verzekeringswezen

 

Kerndoel, onderbouw VMBO

42. De leerling leert in eigen ervaringen en in de eigen omgeving effecten te herkennen van keuzes op het gebied van werk en zorg, wonen en recreëren, consumeren en budgetteren, verkeer en milieu.

 

Eindterm voor VMBO voor het vak economie

Verworven en/ of aangeboden informatie over economische verschijnselen, ontwikkelingen en

vraagstukken verwerken:

  • economische begrippen en relaties herkennen en toepassen
  • onderscheid maken tussen hoofd- en bijzaken
  • informatie (her)ordenen en zonodig bewerken
  • gegevens beoordelen op betrouwbaarheid, bruikbaarheid en representati
  • conclusies en antwoorden formuleren

 

Specifieke en meetbare leerdoelen

Vanuit dit kerndoel heb ik een drietal leerdoelen geformuleerd. Zoals Markham (zoals geciteerd in Kneppers, 2010) ook aangeeft kun je de leerdoelen beter beperkt tot maximaal drie stuks houden. Hierdoor voorkom je dat de focus van de les te versnipperd wordt.

 

–         De leerling kent en kan in eigen woorden de volgende begrippen en processen beschrijven;

Verzekeraar, verzekering, calamiteit, schade-expert, risico, verzeringspremie, uitkering.

–         De leerling kan twee voorbeelden noemen van verzekeringen.

–         De leerling heeft kennisgemaakt met het toepassen van de volgende begrippen; premiebetaling, schadeuitkering, risicomanagement.

 

Model van directe instructie

 

Het model van directe instructie (Ebbens, 2005) wordt veel gebruikt in onderwijsland. Het geeft een format om een les in te gieten. Hier volgt het model;

 

  • Aandacht richten op de doelen van de les en aansluiten bij voorkennis.
  • Presentatie en uitleg van nieuw te leren stof.
  • Nauwgezette, gestructureerde oefening
  • Direct corrigerende feedback. Helpt leerlingen nieuwe informatie te begrijpen en te koppelen aan bestaande cognitieve schema’s
  • Zelfstandige oefening
  • Afronding, door middel van vraag en antwoord wordt duidelijk of de kernbegrippen duidelijk zijn

 

Sleutelbegrippen zijn;

 

  1. Goede structuur in de opbouw
  2. Juiste niveau  leerstof
  3. Betekenis geven
  4. Individuele aanspreekbaarheid
  5. Zichtbaarheid van leren en denken.
  6. Motivatie

 

Toepassing in mijn les

 

In deze les zien we dit terug op de volgende wijze;

 

1          Inleiding op het onderwerp, korte uitleg risicobeheer.

2          Spel waarin kennisgemaakt wordt met begrippen en hun werking in de praktijk.

3          Corrigerende feedback wordt gegeven door de uitleg waarin de begrippen nogmaals voorbij komen.

Klassikaal worden de elementen van de mindmap op het bord gezet, dit geeft peer-feedback aan de         leerling.

4          Zelfstandig wordt de conceptmap met de gegeven elementen door elke leerling samengesteld.

5          Doormiddel van het klassikaal bespreken van de complete conceptmap wordt de lesstof afgerond.

 

De sleutelbegrippen komen terug door;

 

1          De opbouw wordt via het model van directe instructie gewaarborgd

2          Het niveau van de leerling wordt ingeschat op basiskennis. Wellicht zullen er leerlingen zijn die vanuit thuis wat weten van verzekeren maar de meeste niet. Het niveau van het spel en de les is dus      gericht op het overbrengen van basisbegrippen.

3          Door de inleiding wordt de betekenis van verzekeren aangegeven bij de leerlingen. Zij zullen er allemaal mee te maken gaan krijgen in hun leven.

4          Elk individu wordt aangesproken door het spel, er wordt van eenieder participatie gevraagd. Ook het             zelfstandig maken van de conceptmap zorgt voor een individuele aanspreekbaarheid.

5          Door het noemen van de elementen van de conceptmap, het zelfstandig maken van de conceptmap     en het klassikaal op het bord zetten van een gemeenschappelijke conceptmap wordt het leren            zichtbaar.

6          Motivatie wordt gestimuleerd door een spel, de meeste leerlingen vinden een spel leuk en door het             competitie element gaat er een motiverende werking vanuit.

 

 

 

De toetsing

“Een belangrijk doel van het economie onderwijs is dat leerlingen met een economische bril naar maatschappelijke problemen kunnen kijken” (Kneppers, 2007, blz. 1).

 

Verzekeren is een economische proces. Dit is voortgekomen uit het maatschappelijke probleem dat er calamiteiten kunnen voorvallen, met gevolgen die te groot zijn om door de verzekerde zelf gedragen te worden. Vanuit de uitleg en het spel wordt een eerste kennismaking hiermee gebracht. Voor de toetsing heb ik gekozen voor het maken van een contextmap, zie ook Novak (zoals geciteerd in Kneppers, 2007)

 

Ik hoop dat de leerlingen met een goede conceptmap komen die er ongeveer zo uit zal zien als onderstaande.

 

Er hoeven in deze conceptmap enkel de verschillende elementen genoemd te worden en hun samenhang. Deze conceptmap is vrij simpel, maar biedt een goede basis om samen met het spel, in een volgende les aan te refereren. De tijd is beperkt en op deze wijze ligt er vooral een basis om op verder te borduren.

 

Klassikaal vraag ik de verschillende elementen uit. De leerling krijgt vervolgens tijd om zelfstandig een conceptmap te maken waarin de verschillende elementen op de juiste plek komen te staan. Ook zal hij zelf de onderlinge relatie door middel van een pijl moeten aangeven. De conceptmap wordt vervolgens klassikaal op het bord gezet en besproken. Voor mijn informatie wordt daarna de conceptmap ingeleverd.

 

Elementen

  • klant
  • Onroerend goed
  • Productiemiddelen
  • Voorraad grondstoffen
  • Verzekeringsmaatschappij
  • Verzekeringspremie
  • Verzekeringspolis
  • Schadeuitkering
  • Opstalverzekering
  • Bedrijsschadeverzekering
  • Werkmaterieel verzekering

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                              Verzekeringspremie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                              Schadeuitkering         

 

 

Verantwoording

 

 

Taxonomy Table

De taxonomy table is een tabel waarin aangesproken cognitieve dimensies gekoppeld worden aan kennis dimensies. Door middel van deze tabel is het goed mogelijk lesstof te plaatsen binnen een model. Dit geeft een houvast om te bekijken of lesstof overeenkomt met lesdoelen en toetsing ook is het goed mogelijk om het curriculum te evalueren. Bijvoorbeeld om te bekijken of er kennis ‘gemist’ wordt of er diep genoeg ingegaan wordt op de verschillende cognitieve processen. (Krahtwohl, 2002)

 

De kennis die in de les opgedaan wordt valt met name binnen de cognitieve proces dimensies van; onthouden, begrijpen en toepassen. De kennis dimensies die ingezet worden zijn; feitelijke kennis, conceptuele kennis en procedurele kennis.

 

Nog even de leerdoelen;

 

–         De leerling kan in eigen woorden de volgende begrippen en processen beschrijven;

Verzekeraar, verzekering, calamiteit, schadeexpert, risico, verzeringspremie, uitkering.

–         De leerling kan twee voorbeelden noemen van verzekeringen.

–         De leerling heeft kennisgemaakt met het toepassen van de volgende begrippen; premiebetaling, schadeuitkering, risicomanagement.

 

De werkwoorden noemen en beschrijven duidden beide op de kennisdimensies onthouden en begrijpen. De te leren onderwerpen zijn met name feitelijke kennis, conceptuele en procedurele kennis. Met welke begrippen krijg je te maken op het moment dat je gaat verzekeren? Hoe werkt dat nou precies met een uitkering? Welke processen worden in gang gezet.

 

Dit zijn de zaken waarmee de leerling in het spel te maken krijgt en die worden toegelicht in de uitleg. De leerdoelen, toetsing en het grootste deel van het spel gaat met name over het bovenstaande.

 

Ten dele worden in het spel ook de cognitieve processen analyseren en evalueren aangesproken. Dit is inherent aan het spel. Echter dit hoort niet bij de lesdoelen of bij de toetsing.

 

 

Didactische analyse

Vanuit de leerdoelen gaan we deze les werken aan het onthouden en begrijpen van begrippen. Ik heb voor een spel als werkvorm gekozen. Daarnaast geef ik een stukje theorie uitleg en gaan we aan de slag met een conceptmap.

 

Vanuit de didactische literatuur (Ebbens, Ettekoven & van Rooijen, 1996) kunnen we zien dat directe instructie een goede systematiek biedt voor leren. Het belangrijkste kenmerk is dat de leiding van het leren bij de docent ligt en dat de leerlingen actief leren. Dit heb ik ingevuld door theoretische uitleg te bieden gecombineerd met een actieve deelname aan het spel.

 

Door het inleveren en nakijken van de zelfstandig gemaakte conceptmaps krijg ik een goed beeld van wat is blijven hangen.

 

Door de inleiding en de agenda die op het bord staat, waarbij wordt aangegeven wat verwacht wordt van de leerling, is het vanaf het begin duidelijk wat de toetsing inhoudt. Zoals Kneppers (2010) ook aangeeft in het artikel; conceptgericht en contextgericht economieonderwijs is het belangrijk om van tevoren aan te geven waaruit de toetsing bestaat.

 

Curricular alignment

 

Middels curricular alignment wordt de koppeling gemaakt tussen lesdoelen, activiteiten en toetsing. Via de taxonomy table kun je aangeven welke kennisdimensie behandeld gaat worden en welk cognitief proces aangesproken gaat worden. Curricular alignment zorgt ervoor dat je inzicht krijgt in het feit of leerdoelen, activiteiten en toetsing dezelfde processen en dimensies aanspreken. (Anderson, 2002)

 

A – leerdoelen, testen

B – leerdoelen, activiteiten

C – testen, activiteiten

 

De leerdoelen in deze les zijn;

 

–         De leerling kan in eigen woorden de volgende begrippen en processen beschrijven;

Verzekeraar, verzekering, calamiteit, schadeexpert, risico, verzeringspremie, uitkering.

–         De leerling kan twee voorbeelden noemen van verzekeringen.

–         De leerling heeft kennisgemaakt met het toepassen van de volgende begrippen; premiebetaling, schadeuitkering, risicomanagement.

 

Als activiteit heb ik gekozen voor een spel waarbij alle begrippen voorbij komen. Ook komt hun werking aan bod doordat in het spel de leerlingen direct te maken krijgen met de werking. Bijvoorbeeld door een calamiteit verliezen ze hun tractor. Doordat ze een verzekering hebben afgesloten krijgen ze een schadeuitkering. Doordat ze te maken krijgen met de werking zal het begrip op zichzelf ook beter blijven hangen. Door in het spel de officiele benamingen te gebruiken voor heel herkenbare zaken (duurzame productiemiddelen – tractor) verwacht ik dat het makkelijker wordt om in eigen bewoordingen de begrippen te duiden.

 

De toetsing gebeurt door het brainstormen en het maken van een conceptmap. Ze benoemen zelf de elementen, maar worden geholpen door hun medeleerlingen. Zelf maken ze vervolgens de vertaalslag naar waar die elementen vervolgens naar voren komen in de map. Als het goed is leggen ze zelfstandig de juiste connecties met de andere elementen.

 

Wat centraal staat in de toetsing zijn de elementen. Het uitleggen in eigen woorden komt naar voren in de onderlinge relaties. Onder de conceptmap moeten vervolgens de elementen toegelicht worden in eigen woorden.

 

Conclusie

Er is naar mijn mening sprake van een goede alignment. De enige echte afwijkingen zitten in de activiteit. Daar krijgen de leerlingen te maken met andere cognitieve dimensies dan bij de toetsing en bij de leerdoelen. Namelijk; evalueren en analyseren. Echter, ik denk dat daardoor het onthouden en begrijpen makkelijker gaat.

 

Om te analyseren, te evalueren en vervolgens beslissingen aan te passen, wat gaat gebeuren bij het spelen van de verschillende rondes,  is een dieper begrip nodig. Door dat diepere begrip, wat op zich snel bereikt wordt door het in een spel te gieten, worden begrippen beter onthouden en begrepen.

 

 

Sterkte/ Zwakte analyse mbt ontwerpen van materiaal.

 

Sterkte

–         Ik ben creatief in het bedenken van nieuwe methodes om lesstof over te brengen.

–         Ik kan redelijk goed de context schetsen voor leerlingen

–         Ik kan visualiseren hoe de les zal gaan, hoe het materiaal gaat landen en waar problemen zullen ontstaan.

 

Zwakte

–         Het bedenken van materiaal is makkelijk, het goed uitwerken kost tijd, hier ligt mijn interesse minder

–         Ik ben niet heel scherp in het formuleren van doelen, smart maken vereist aandacht.

–         Ik ga vaak op gevoel af bijvoorbeeld voor het bedenken van lesmateriaal. Minder op materiaal wat vanuit de literatuur aangereikt wordt. Enerzijds is dat fijn als je dat kunt maar ik vind dat ik beter mijn weg zou moeten kunnen vinden in de literatuur en het inzetten daarvan.

 

Nieuwe leerdoelen

  • Zorg ervoor, dat volgens objectieve beoordeling, leerdoelen SMART zijn.
  • Ontwerp lesmateriaal niet zelf maar kopieer en bewerk uit de literatuur.
  • Ik wil voor een volgende keer meer gebruik maken van audiovisuele ondersteuning.

Referentielijst

Anderson, L. (2002). Curricular Alignment: A Re-Examination. Theory into Practice, 41(4), 255-260.

Ebbens, S., Ettekoven S., & van Rooijen, J. (1996). Effectief leren in de les. Groningen; Wolters-Noordhoff

Ebbens, S., & Ettekoven, S. (2005). Effectief Leren. Groningen: Noordhoff Uitgeverij

Kneppers, L., (2007). Leren voor Transfer. Amsterdam: Instituut voor de Lerarenopleiding, pp 13-32.

Kneppers L., (2010). Conceptgericht economieonderwijs. Amsterdam: Expertisecentrum Mens en Maatschappij vakken, pp 30-42.

Krahtwohl, D., (2002). A revision of Bloom’s Taxonomy: An Overview. Theory into Practice, 41(4), 212-218.

NIBE-SVV (2011), Cursusboek WFT Schade particulier.

Bijlagen

 

Bordschema

Als hulpmiddel geef ik hier mijn geplande bordschema weer. Dit is wat ik voor de les op het bord ga zetten. Aan de linkerkant komt de agenda, aan de rechterkant het huiswerk. In het midden komt de uitleg van het spel. Na het spel zetten we de elementen van het spel in het midden en vervolgens de conceptmap. Die blijft staan tot het einde van de les.

 

Agenda Uitleg Huiswerk
– Welkom!– Inleiding en speluitleg 

– Spel spelen

 

– Uitleg theorie

 

– Conceptmapping

 

– Afsluiting

We spelen 4 rondes.Startkapitaal is 7 stuksPer ronde bepaal je wat je wil verzekeren en wat je in wil zetten voor productie.

 

Kosten nieuw;

Onroerend goed; 10

Duurzame productiemiddelen; 5

Voorraad goederen: 3

 

Verzekeringspremie voor;

Opstalverzekering; 1

Werkmaterieel verzekering; 2

Bedrijffschade verzekering; 3

 

Bij een goede oogst verdubbelt je inzet. Bij een slechte gebeurt er niets.

Lees voor de volgende les het hoofdstuk over verzekeren en maak opgave 1 en 2.

 

 

 

 

 

 

 

Les voorbereidingsformulier

 

Lesonderwerp: Kennismakingsles met het verzekeringswezen

Datum: 29-10-2012

Klas; 1A

 

 

Lesdoelstellingen–         De leerling kan in eigen woorden de volgende begrippen en processen beschrijven;Verzekeraar, verzekering, calamiteit, schadeexpert, risico, verzeringspremie, uitkering.–         De leerling kan twee voorbeelden noemen van verzekeringen.

–         De leerling heeft kennisgemaakt met het toepassen van de volgende begrippen; premiebetaling, schadeuitkering, risicomanagement.

 

 

Verwachte of aangenomen beginsituatieBrugklas of onderbouw VMBO, met enige aanpassingen ook wel te gebruiken in onderbouw HAVO-VWO. Let op dan moeten de aantallen begrippen uitgebreidt worden met bijv; eigenrisico, polisvoorwaarden en eventueel kan er dan in groepjes gewerkt worden inplaats van klassikaal.De les draait om de eerste kennismaking met verzekeren voor 12-13-14 jarigen. Basiskennis zal dus nauwelijks aanwezig zijn.

 

 

 

 

 

Fase Tijd Inhoud/ lesdoel Activiteiten Leraar Activiteiten Leerling Hulpmiddelen Controle
Kop 0-3 Ontvangen van de leerlingenAbsentie controleSpullen/boeken zijn niet nodig vandaag InstructieControleUitleg Luisten Tafels leeg?Iedereen erbij?
Terug-blik 3-7 Gelegenheid tot stellen van vragen. Huiswerk bespreken Luisteren, uitleg geven Vragen stellen Kort en bondig houden
Vooruitblik 7-27 Korte uitleg, daarna eerst spel spelen. Spel uitleggen en spelen LuisterenSpel spelen Spel

 

 

Fase Tijd Inhoud/lesdoel Activiteiten Leraar Activiteiten Leerling Hulpmiddelen Controle
Romp
Uitleg 27-33 Uitleg geven over de elementen in het spel, de theorie Vertellen Luisteren
Oefenen 33-43 Samen elementen van conceptmap op het bord krijgenZelfstandig conceptmap maken Schrijven BrainstormenZelf nadenken over de conceptmap
Terugkoppeling 43-48 Resultaat van het zelfstandig werken toetsen Klassikaal conceptmap op het bord krijgen Meedenken Schoolbord

 

 

Fase Tijd Inhoud/ lesdoel Activiteiten Leraar Activiteiten Leerling Hulp-middelen Controle
Staart 48-50  Rustige afsluiting, korte feedback vragen. Huiswerk aanwijzen. Vertellen luisteren

 

 

Taxonomy tables

 

Lesdoelen

De lesdoelen zijn gericht op feitelijke kennis, concepten en procedures. De toepassing daarvan wordt geintroduceerd.

 

Knowledge Cognitive process dimension
Dimension Remember Understand Apply Analyze Evaluate Create
Factual knowledge x x
Conceptual knowledge x x
Procedural knowledge x x x
MetacognitiveKnowledge

 

 

Activiteiten

Zijn gericht op het horen van de verschillende elementen waar je mee te maken krijgt bij verzekeren. Ook beleven ze hun werking en toepassing. Ook zit er een stukje analyseren en evalueren in want door de verschillende rondes leren ze wat de gevolgen zijn van hun beslissingen, daardoor zullen ze in de toekomst hun beslissingen misschien anders laten zijn.

 

Knowledge Cognitive process dimension
Dimension Remember Understand Apply Analyze Evaluate Create
Factual knowledge x x
Conceptual knowledge x
Procedural knowledge x x x x x
MetacognitiveKnowledge

 

 

Toetsing

In deze les gebeurt de toetsing door een brainstorm en zelfstandig een mindmap maken. Hieruit zal moeten blijken dat de verschillende elementen zijn blijven hangen. De zelfstandig gemaakte conceptmaps moeten ingeleverd worden.

 

 

Knowledge Cognitive process dimension
Dimension Remember Understand Apply Analyze Evaluate Create
Factual knowledge x x
Conceptual knowledge x x
Procedural knowledge x x
MetacognitiveKnowledge

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.